Hans Maaskant walking footballer met mooie verhalen

Hij reisde met Nederlandse toptennissers de wereld over, kende iedere voetbalkantine in Rotterdam en omgeving op zijn duimpje. Zanger Hans de Booij (van ‘Annabel’) woonde een half jaar bij hem op een boerderij in Zuid-Limburg, hij ontfermde zich in Rotterdam over saxofonist Piet le Blanc en in zijn Limburgse jaren over wielercommentator Jean Nelissen. Het leven van oud-journalist, inmiddels walking footballer, Hans Maaskant (73) is zelden saai.

Of zoals Maaskant het zelf omschrijft: ,,Ik vertel het niet vaak, maar ik vind dat het tot op heden wel lekker gaat allemaal. Daarvoor moet je uiteraard wél gezond blijven.’’ Voordat hij twee en een half jaar geleden met zijn echtgenote Liesbeth van Willemstad terugkeerde naar Rotterdam besteedde hij daar aandacht aan Weekblad De Ster. ,,Ik bemoeide me alleen met de redactie hoor. In mijn échte arbeidzame leven leidde ik voor het Rotterdams Nieuwsblad een regionaal sportkatern met tal van fotografen en veertig medewerkers. Destijds was het RN een gerenommeerde krant. Daarna werkte ik, na een interim-periode in proftennis, nog tien jaar voor Dagblad de Limburger in Maastricht.’’

,,Ik ben als derde kind en nakomertje geboren in Charlois op Rotterdam-Zuid. Mijn broer Bob en neef Robert Maaskant waren allebei actief voor Excelsior én trainer/coach bij NAC Breda, in de eredivisie, dat wel. Mijn vader Gerrit Maaskant voetbalde in de jaren dertig/veertig van de vorige eeuw in de spits bij Excelsior. Zijn bijnaam was Piola. Later werd hij trainer bij diverse amateurclubs, waaronder bij Puttershoek, Overmaas en DHZ. Als 12-jarige werd ik benaderd voor de jeugdopleiding van Feyenoord door ‘ome’ Fred Blankemeijer, maar ik was toch niet goed genoeg. Ondertussen zat ik op een school waar iedereen volleybalde en dat ben ik toen ook gaan doen. Ik heb bij Libanon ’50 in Kralingen nog een jaar of zes in de eredivisie gespeeld. Daarna richtte ik in die jaren met wat vrienden zaalvoetbalvereniging De Stappers ’76 op. Dat was met mannen als Frans van der Heide, Gerard Cox, diens toenmalige zwager Jan Bruijs en Piet Vrauwdeunt. Dat was een gouden tijd.’’

,,Toen ik voor De Stappers ook de weekbrief ging schrijven, viel ik op bij Piet Ocks van het Rotterdams Nieuwsblad. Ik kon daar beginnen als journalistiek medewerker en niet lang daarna kwam ik in vaste dienst. Ik kende iedereen en iedereen kende mij als klassiek journalist, die altijd heeft geïnvesteerd in zijn netwerk. Toen het Rotterdams Nieuwsblad begin jaren negentig fuseerde met het Vrije Volk tot het Rotterdams Dagblad maakte ik gebruik van een vertrekregeling. Ik beunde al bij voor de Nederlandse Tennisbond KNLTB en kon er fulltime perschef worden. Het was de glorietijd van het Nederlandse tennis, met mannen als Michiel Schapers, Richard Krajicek, Jan Siemerink, Paul Haarhuis, Jacco Eltingh en later Raemon Sluiter en Sjeng Schalken. Bij de vrouwen had je Brenda Schultz en inmiddels televisiecommentator Kristie Boogert. Ik reisde jarenlang mee naar alle Grand Slams en als we op pad gingen voor de Davis Cup of Fed Cup voor vrouwen. In Nederland deed ik ook het grastoernooi van Rosmalen.’’

,,In mijn Limburgse jaren raakte ik bevriend met wielercommentator Jean Nelissen, bekend van Studio Sport, waar hij met Mart Smeets en illuster duo vormde: zij versloegen samen maar liefst 37 maal de Tour de France. Jean was ook bij Dagblad de Limburger als chef sport een geweldige collega én een grote meneer. Ik bewonderde hem, maar hij had in die fase ook hulp nodig. Ik deed zijn contractonderhandelingen bij de NOS, hielp hem bij de schulden die hij in zijn nadagen maakte. Daarom zijn we ook weer boeken gaan uitgeven. Iedereen was gek op hem. Als Jean thuis voor me kookte, stonden alle pitten op laag vuur: ‘Want dan kunnen alle componenten zich goed met elkaar verbinden’. Hij is alweer twaalf jaar dood. Ik maak nog steeds deel uit van het comité Jean Nelissen Trofee voor aansprekende wielerjournalisten.’’

,,Samen met Liesbeth keerde ik Limburg uiteindelijk de rug toe. Via Ginneken, Breda-Zuid, belandden we in Willemstad. Maar niet voordat zanger Hans de Booij een half jaar lang bij ons op het erf bivakkeerde, de man van ‘Annabel’. Hij liep in die tijd met boekjes van ‘Het Ministerie van Liefde’ langs de deuren, ik maakte er voor Dagblad de Limburger een reportage van. Hij zat financieel aan de grond en maakte er een potje van. Liesbeth nodigde hem bij ons uit en bood hem onderdak aan, om uiteindelijk zelfs zijn manager te worden. Ze reisde dan met hem mee. Maar na een half jaar was De Booij weer met onbekende bestemming vertrokken.’’

Aan andere anekdotes geen gebrek: ,,Mooi om te vertellen met een biertje of een glas wijn erbij. Maar nee, een boek schrijven over mijn (levens)-ervaringen doe ik niet. Daar ben ik de man niet naar. Liever vertel ik bij gelegenheid af en toe een verhaal bij Excelsiors Walking Footbal aan mannen als Ton Wickel, zijn zwager Peter Stolk, Piet en Ger de Kramer, Ger Engel, Hendrik Nolles en Hans Bassant. Zoals over Circus Herman Renz, waar ik na mijn vervroegde pensionering nog drie seizoenen als pers- en publiciteitsman heb gewerkt. Ik reisde mee met mijn eigen ‘pipowagen’. Een aparte wereld, maar echt mooi. Ik werd daar trouwens ‘op z’n Surinaams’ uitbetaald in briefjes van vijf.’’

Meer Nieuws

vr 25 november 2022

Minidoc #1 | Docent Bo Pernet helpt kinderen bij Playing For Success

De Excelsior Foundation ondersteunt jaarlijks duizenden Rotterdammers in hun dagelijkse leven. Dat wordt gedaan door een…

Lees meer

di 22 november 2022

Videoverslag van busreis door Rotterdam met Football Memories

De deelnemers van het project Excelsior Football Memories maakten onlangs een bustrip door Rotterdam met de…

Lees meer

Contact